|
Chili tegen de rest....
Maandag 13 oktober 2008 vond in het Intercontinental Amstel Hotel in Amsterdam de zevende “Berlin Tasting”
plaats, een confrontatie tussen de topwijnen van de Chileense wijnproducent Eduardo Chadwick en klassiekers
uit Europa, zoals drie premiers crus uit Bordeaux en twee Italiaanse topwijnen. Beroepsproevers als
wijnjournalisten en sommeliers prefereerden de klassieke bordeaux, maar de publieksproeverij gaf het
tegenovergestelde beeld: eerst Chili, dan de rest!
“Je wint liever van een sterke tegenstander dan een zwakke...” moet Eduardo Chadwick gedacht hebben toen vier
jaar geleden zijn Chileense icoonwijnen Viñedo Chadwick en Seña in een blindproeverij de toppers Lafite en
Margaux achter zich hielden. In wat inmiddels “The Berlin Tasting” is gaan heten had hij aanvankelijk voor
ogen de positie te bepalen waar wijnland Chili en in het bijzonder zijn eigen wijnen staan in de wereld van
rode kwaliteitswijnen. Aangestoken door dit succes is deze blindproeverij van Chadwick al enkele malen
overgedaan in Brazilië, Japan, Denemarken, Canada en China waarbij inmiddels de oude en nieuwe wijnwereld
elkaar wat toegekende punten betreft in balans houden. Ditmaal vormde het Amstel Hotel het strijdtoneel
waar de vijf wijnen van Eduardo Chadwick (Seña en Don Maximiano Estate, beiden van 2004 en 2005 en uit de
Aconcagua vallei en Viñedo Chadwick 2005 uit Maipo) het opnamen tegen de châteaux Margaux, Lafite en Latour,
premiers crus uit Bordeaux, Solaia uit Toscane en Sassicaia uit Bolgheri, allen van 2004. Vijfentwintig
journalisten en sommeliers proefden de wijnen blind en gaven hun top drie door: Margaux won afgetekend vóór
Lafite met de beide Seña wijnen daar weer ruim achter. Eduardo Chadwick leek een lichte teleurstelling niet
helemaal te kunnen verbergen, maar de middagsessie met de zaakvoerders van de Gastrovino wijnzaken,
onderdeel van importeur Jean Arnaud, en hun klanten zorgde voor een nietzscheaanse Umwertung aller Werte:
Don Maximiano Founder’s Reserve 2005 werd royaal eerste vóór de vier andere wijnen van Chadwick, terwijl
Margaux, Latour en Lafite discreet aansloten op plaats zes tot en met acht....
Willekeurige proefvolgorde noodzakelijk
De enige conclusie die je zo op het eerste zicht zou kunnen trekken is dat smaken en voorkeuren verschillen
en dat, als je de willekeur in de uitslagen bekijkt, er geen consistente winnaar(s) is(zijn), maar ook geen
consistente verliezers. Dat geeft voeding aan de veronderstelling dat de wijnen kwalitatief gelijkwaardig
zijn en dat dan het prijsniveau een rol gaat spelen, iets waar Eduardo Chadwick bij herhaling fijntjes aan
herinnerde (“voor 1 fles Lafite heb je 6 flessen Viñedo Chadwick!”). Zo kun je het inderdaad bekijken, maar
dan ga je voorbij aan een paar belangrijke nuanceringen. Allereerst de opzet van de proeverij. Voor een zo
objectief mogelijk vergelijk zou iedere proever de wijnen in een willekeurige volgorde moeten proeven;
sommigen doen dat wellicht automatisch, maar de meeste proevers beginnen gewoon bij wijn 1 en eindigen bij
wijn 10. De neiging bestaat, zeker bij minder geoefende proevers, om de wijnen in de tweede helft van de
proeverij hoger te scoren dan in de eerste helft. De kans dat de eerste wijn (Latour 2004 in dit geval)
wint is lager dan dan dat bijvoorbeeld de laatste wijn wint (Margaux 2004 in deze proeverij).
Als we de journalisten en sommeliers van de ochtendsessie als professionals betitelen en de middagsessie
tot publieksproeverij bombarderen dan spreekt een eenvoudige analyse van de toegekende punten boekdelen
(op voorwaarde dat het overgrote deel van 1 naar 10 heeft geproefd en niet kris-kras door elkaar heen):
de professionals verdeelden hun punten gelijkelijk over de eerste vijf en laatste vijf wijnen, maar tijdens
de publieksproeverij werd 60% van alle punten aan de laatste vier geproefde wijnen toegekend (waarvan drie
Chilenen...).
Niet alleen smaken maar ook klimaten verschillen!
Afgezien van deze losse-pols-statistiek moet je je afvragen of een dergelijke proeverij niet in de categorie
appels-met-peren-vergelijken valt. Immers, de stijlen van de wijnen, zowel in geur als smaak, verschillen
behoorlijk. De neiging van opkomende wijnhuizen zich te spiegelen aan grote (en dure) voorbeelden op grond
van overeenkomstige druivenrassen en assemblages is wel begrijpelijk, maar als je vinificatie en wijnbouw
nader beschouwd zijn de verschillen té groot om nog van objectief vergelijken te kunnen spreken. Om met de
wijnbouw maar met de deur in huis te vallen: het overgrote deel van de Chileense wijnbouw (van Aconcagua tot
Curicó met Maipo daar tussenin) bevindt zich in een warm tot heet Mediterraan klimaat waarin ofwel de Andes
ofwel de verkoelende Stille Oceaan voor een behoorlijke afkoeling zorgt in de laatste rijpingsmaand, maar
waar een vergelijking met het veel gematigdere Atlantische klimaat van Bordeaux mank gaat. Klimatologisch
gezien ligt Santiago dicht bij Nuriootpa in Barossa Valley met ongeveer een gelijk aantal warmte-gradendagen
(optelsom van dagtemperaturen) en dezelfde koude nachten in de laatste rijpingsmaand.
Van belang voor een gelijkmatige rijping van de druif en met name de fenolische rijpheid en vorming van rijpe
aromastoffen is een niet al te groot dag- en nachtverschil in de laatste rijpingsmaand. Voor de
Bordeauxstreek ligt dat gemiddeld op 10,5°C (verschil tussen de gemiddelde maximale maandtemperatuur van
25°C en de gemiddelde minimale maandtemperatuur van 14,5°C), terwijl voor Santiago in Chili dat op 15,8°C
ligt (gemiddeld maximum van 29°C minus gemiddeld minimum van 13,2°C). Deze (veel) grotere
temperatuurvariabiliteit zorgt voor een minder gelijkmatige rijping van de druif waardoor per saldo het
fruit minder goed rijpt, in de zin dat de fenolische en aromatische rijpheid niet samenvallen met de
fysiologische rijpheid. Een interessant punt van wetenschappelijk onderzoek in deze is het optreden van
pyrazines (de paprika, groente-achtige geuren van minder goed gerijpte cabernets), en ook de aanwezigheid
van eucalyptus (menthol) aroma’s. Zonder uitzondering toonden de vijf Chileense topwijnen nuances van het
laatste kenmerk.
Eucalyptus en zwarte bessen
Juist dat eucalyptus aroma in veel nieuwe-wereldwijnen is een bron van speculaties: vaak
wordt verwezen naar omliggende eucalyptusbossen of het gehanteerde eikenhout tijdens de rijping. Maar er
zijn ook wetenschappelijke aanwijzingen dat druiven in zijn algemeenheid (dus niet alleen cabernet, maar
ook merlot of tannat bijvoorbeeld) onder bepaalde klimatologische omstandigheden zodanig reageren dat
mentholaroma (1,8-cineool) aangemaakt wordt. Een hypothese is bijvoorbeeld dat warme klimatologische
omstandigheden in feite de druif genetisch coderen voor de aanmaak van onder andere “menthol”, terwijl
gematigdere temperaturen coderen voor onder meer rijpe zwarte bessen. Als dan tijdens de laatste
rijpingsmaand de temperatuurvariabiliteit hoog is (zeer warm overdag en koud ’s nachts) verloopt de
aromatische rijping onvolledig en blijft menthol behouden en blijven zwarte bessen achterwege... Ook zeer
speculatief allemaal, maar het zou een hoop kunnen verklaren.
Tot slot nog de invloed van de vaak allesoverheersende vinificatie. Topwijnen van het geproefde kaliber
ondergaan zonder uitzondering een vatrijping op veelal 100% nieuw eikenhout. Juist in jonge wijnen zijn de
kenmerken daarvan sterk aanwezig, wat de inschatting van complexiteit en mogelijke verfijning van de wijn
bemoeilijkt. Het pleit voor de intrinsieke kwaliteit van de geproefde wijnen dat het eikenhout gedoseerd,
maar niet overheersend aanwezig is. De “klassieke” bordeaux toonden meer proefbare tannine dan de Chileense
tegenhangers. Ook dat speelt een belangrijke rol in de waardering van de wijnen op dit moment: de
doordrinkbaarheid en het ronde smaakevenwicht met name bij de Seña wijnen zal “het grote publiek” zeker meer
aangesproken hebben dan de proefbare stevigte van de bordeaux.
De zevende “Berlin Tasting” nu in Amsterdam was een gedenkwaardige gebeurtenis, niet alleen vanwege de stuk
voor stuk fraaie wijnen (op een klein Italiaans incidentje na), maar vooral ook vanwege de discussie en
vragen die zo’n vergelijkende proeverij met zich mee brengt. Het kenmerkt grote wijnmakers als Eduardo
Chadwick dat zij altijd op zoek zijn naar het hoogst haalbare en daarbij geen uitdaging uit de weg gaan.
Gerhard Horstink
De uitslag van The Berlin Tasting 2008 in Amsterdam:
Iedere proever heeft een top-drie ingevuld met 3 punten voor nr.1, 2 punten voor nr.2
en 1 punt voor nr.3; de totalen in de tweede en derde kolom zijn de optelsommen van deze toegekende punten
met tussen haakjes de rangorde.
| Wijn (in volgorde van proeven) |
punten professionals (25) (rangorde) |
punten publiek (65) (rangorde) |
|
| Château Latour 2004 1.cru classé Pauillac |
10 (5-6) |
20 (7e) |
| Solaia 2004 Toscana – Antinori |
8 (7e) |
6 (10e) |
| Don Maximiano Founder’s Reserve 2004 Errazuriz |
5,5 (10e) |
47 (5e) |
| Seña 2005 – Aconcagua Valley |
19 (3e) |
53 (3e) |
| Château Lafite 2004 1.cru classé Pauillac |
28,5 (2e) |
18 (8e) |
| Sassicaia 2004 Bolgheri – Tenuta San Guido |
6,5 (9e) |
13 (9e) |
| Viñedo Chadwick 2005 – Maipo Valley |
10 (5-6) |
52 (4e) |
| Seña 2004 – Aconcagua Valley |
16 (4e) |
57 (2e) |
| Don Maximiano Founder’s Reserve 2005 Errazuriz |
7 (8e) |
85 (1e) |
| Château Margaux 2004 1.cru classé Margaux |
39,5 (1e) |
39 (6e) |
Importeur in Nederland van de Chileense wijnen van Eduardo Chadwick: Jean Arnaud Wijncom.bv, Postbus 350,
5000 AJ Tilburg, telefoon 013-5841200, website
Jean Arnaud
De wijnen zijn verkrijgbaar bij de Gastrovino vestigingen: website
Gastrovino
|
|